
Tijdens de jeugdboekenmaand worden goede jeugdboeken gevierd. Ik leg dit jaar graag de link tussen inzichten over krachtig onderwijs en de mogelijkheden die boeken en rijke teksten in de klas daarbij kunnen bieden want…
Krachtig leesonderwijs is meer dan werkvormerij
Krachtig leesonderwijs is steeds gestoeld op leestechniek, leesbegrip en leesmotivatie
Krachtig leesonderwijs en kennisopbouw gaan hand in hand
Krachtig leesonderwijs zet sterke boeken in in de klas
Krachtig leesonderwijs is meer dan de lesjes begrijpend lezen uit de handleiding
Krachtig leesonderwijs vereist tijd om (interactief) voor te lezen, om vrij te lezen, om te praten over leeservaringen, voor boekpromotie…
Krachtig leesonderwijs vereist een sterke leer/sKRACHT die het recente boekenaanbod kent
Krachtig leesonderwijs kan enkel tot stand komen door een breed gedragen leesbeleid op school
Krachtig leesonderwijs betrekt ook ouders, de bibliotheek…
Krachtig leesonderwijs komt àlle kinderen ten goede
VOORKENNIS
Het activeren van voorkennis is een belangrijk ingrediënt van krachtig onderwijs! Wat je al weet, bepaalt wat en hoe snel je leert. Voorkennis is een kapstok waaraan nieuwe informatie wordt opgehangen. Je les starten met een actieve werkvorm waarmee je relevante voorkennis opfrist, is dus zeer zinvol. Als leerkracht krijg je zicht op wat de leerlingen al wel en nog niet weten en kennen. Je prikkelt ook de nieuwsgierigheid van de leerlingen en vergroot hun actief denken.
Je gaat samen met je klas een tekst lezen om hier nadien een samenvatting van te maken. Je geeft les over een bepaald w.o. onderwerp en gaat hierover als lesinstap een tekst voorlezen. Je wil een gedicht voorlezen waarmee de klas creatief aan de slag zal gaan De leerlingen zullen per twee een tekst lezen en hierbij een schematische voorstelling maken… Voor je een tekst behandelt (in een taalles, w.o.les of eender welke les) activeer je voorkennis door vragen te stellen voor het (voor)lezen. Wat weten de kinderen al over het thema uit het verhaal? Wat leerden we hierover al in een vorige les? Kan je linken leggen met andere lessen? Kunnen we situeren op de tijdband of op de wereldkaart? Welke dieren zien we op de kaft? Wat weten de kinderen al over deze dieren?
Een rijke tekst voorlezen of samen lezen kan ook een mooie lesinstap zijn. Interactief voorlezen is effectief om de algemene taalontwikkeling van kinderen te bevorderen. Ze leren nieuwe woorden en leren bij over de wereld. Interactief voorlezen is een manier om voorkennis te activeren: eerder geleerde begrippen worden terug opgefrist, de context rond een bepaald thema wordt weer verrijkt. Je geeft les over de prehistorie en start je les met een hoofdstuk uit een verhalend boek over de prehistorie. Je geeft les over de lente en start je les met een gedicht over de lente…
Je tracht hierbij alle leerlingen actief te betrekken.
- Je kan een kleine quiz geven waarbij je a.d.h.v. vragen de leerlingen actief laat nadenken over wat ze al weten of de leerstof en – nog belangrijker – wat ze nog niet weten en wat ze zullen bijleren. Je kan hiervoor ook bv. Kahoot gebruiken.
- Wisbordjes zijn bijzonder effectief om alle leerlingen actief mee na te laten denken. Laat hen een woordenweb maken over het onderwerp, geef meerkeuzevragen, vertel 2 waarheden en een leugen en laat de leerlingen de leugen noteren, geef stellingen waarvan de leerlingen moeten noteren of ze juist of onjuist zijn…
- Think – pair – share zorgt ervoor dat leerlingen eerst zelf bewust nadenken, hun gedachten daarna delen met hun schoudermaatje om ze ten slotte klassikaal te bespreken.
Op voorhand bedenk je goed welke voorkennis je specifiek wil activeren en waarvan je beheersing wil checken bij je leerlingen, zodat je hier je vragen op kan focussen.
INSTRUCTIE
Om kinderen handvatten te bieden om literaire teksten en verhalen te kunnen begrijpen, hebben ze duidelijke instructie nodig. Je verhoogt als leerkracht de leescompetentie van je leerlingen door hen literair vaardig te maken. Door instructie en modeling creëer je bewustwording over de manier waarop verhalen verteld worden. Ook in de lagere school kan je leerlingen al instructie geven over literaire eigenschappen van teksten. Op die manier help je hen om betere lezers te worden.
Wat kom je te weten over de personages in jouw verhaal of boek? Wat zijn uiterlijke kenmerken? Wat zijn hun emoties of gedachten? Wat zijn hun normen en waarden? Hoe evolueren ze? Hoe reageren ze op anderen?
Vanuit welk perspectief wordt een verhaal verteld? Is er een alwetende verteller? Een ik-perspectief? Een hij/zij verteller? Een meervoudig vertelperspectief?
Wat leer je over de ruimte waar het verhaal zich afspeelt? Is deze onbepaald? Een bestaande plaats? Wat zijn de kenmerken van de ruimte(n)?
Hoe wordt er met de tijd gespeeld in het verhaal? Ja hoor, deze literaire invalshoek sluit heel mooi aan bij het thema van de jeugdboekenmaand dit jaar. Worden gebeurtenissen in chronologische volgorde verteld? Zijn er flashbacks (terugverwijzingen) of flashforwards (vooruitwijzingen)? Hoe zit de verhouding tussen de verteltijd (de tijd die de schrijver nodig heeft om een mededeling te doen) en de vertelde tijd (de duur van de gebeurtenis in het verhaal)?
- Stel vragen over hoe de auteur met de tijd omging. In welk seizoen speelt het verhaal zich af? Waar kom je meer te weten over de tijd? Wordt alles chronologisch verteld?
- Maak een tijdlijn bij een tekst of boek.
- Lees een fragment voor waarin een flashback of flashforward zit. Model hoe je hiermee als lezer kan omgaan.
- Welke signaalwoorden vertellen ons iets over de tijd (eerst, daarna, later…)?
VISUALISEREN
Zoals elke leerkracht weet, is het combineren van woord en beeld een bouwsteen voor effectieve didactiek. De komst van de digitale schoolborden heeft daar voor heel wat evolutie gezorgd. We komen een onbekend woord tegen? We kunnen het opzoeken en een foto laten zien. Maar woord en beeld combineren kan nog veel meer betekenen. Ook vlugge schetsen, woordenwolken, tabellen, diagrammen, pictogrammen, filmpjes… zijn visualisaties. Of zorg voor écht voorwerpen in de klas.
Ook in het leesonderwijs speelt dat visualiseren een belangrijke rol. Interactie tussen tekst en beeld vergemakkelijkt het begrijpend lezen. Onderzoek wijst uit dat ondersteunende beelden het tekstbegrip met 40% doen stijgen (Majidi en Aydinlo).
- Laat de leerlingen een bepaald woord dat ze nog niet (goed) kennen uitbeelden of verbeelden.
- Moedig leerlingen aan om een verhaal te visualiseren (mooi woord, toch?!). ‘Probeer dit eens als een film in je hoofd te zien!’ Laat hen vertellen hoe die film er bij hen specifiek uitziet.
- Maak een schematische tijdlijn bij een verhaal of tekst.
- Maak een venndiagram bij 2 aspecten of 2 personages uit een tekst of gedicht. In het midden noteer je de gemeenschappelijke kenmerken, aan de linker- en rechterkant komen de specifieke, eigen kenmerken van de aspecten of personages.
- Maak een schema waarin je het begin, het midden en het einde van het verhaal, de tekst of het gedicht weergeeft.
- Ga naar buiten! Vertel je een verhaal over kippen (bv. Roversjong)? Ga kijken naar een kippenhok. Lees je een boek of tekst of gedicht waarin het over een bril gaat (bv. De bril van beer)? Ga op bezoek in een brillenwinkel of bij een oogarts. Gaat jouw gedicht over bloemen (bv. Blaasbloem van Suzanne Weterings)? Ga in het park op zoek naar die bloemen.
Besteed hier specifiek aandacht aan wanneer je technisch lezen oefent, zeker in het eerste leerjaar. Leren lezen wordt pas leuk als je wéét en begrijpt wat je leest. Dus ook bij de meest simpele zinnen of woordrijtjes, is het zinvol om voor betekenis te zorgen. Onlangs was ik in een school waar een leerling dacht dat de hei een jongen was. Ze verwarde hei met hij en kon zich bij hei compleet geen voorstelling maken. Door een foto te tonen van een hei, te verwijzen naar heide, was deze misvatting snel van de baan.
Wat werkt contraproductief? Het werkblad, de presentatie… opleuken met afleidende extra’s die inhoudelijk weinig bijdragen.
Bronnen: Wijze lessen – Surma T. e.a. / Leeskracht! Gids voor literaire competentie op school – Davidsfonds / Van leerlingen lezers maken – Hebbrecht en Vansteelandt / 10 werkvormen voor snel voorkennis activeren – Toetsrevolutie